Functies

Een functie is een stukje code waar je een naam aan geeft, zodat het hergebruikt kan worden. Een functie die je eerder al gebruikt hebt is len(), om de lengte van een lijst op te vragen. En denk aan de functies arange(), plot(), enzovoort.

Je kunt ook zelf functies definiëren. Als je bijvoorbeeld een stuk code hebt geschreven om data mooi te plotten, wil je niet telkens opnieuw de hele code kopiëren als je nieuwe data hebt.

Functies zijn dus een belangrijk aspect van leren programmeren. Het begin van een functie wordt aangegeven met def, daarna komt de functienaam (die je zelf mag kiezen), en vervolgens komen de haakjes met daartussen mogelijke parameters:

def print_groet():
    print("Hallo")

Dit is een functie die de string Hallo naar je terminal print. Als je bovenstaande definitie in een Python-bestand zet weet de computer dat er nu een functie is met de naam print_groet(). Maar de functie is nog niet uitgevoerd! Dit moet je zelf nog doen door de functie expliciet aan te roepen. Dit doe je zo:

print_groet()

Voorbeelden van het maken van functies

Stijl en ontwerp

Het gebruik van functies bevordert de leesbaarheid van je code. Met goed gekozen namen voor deze functies kun je snel een overzicht krijgen van wat het geheel doet. Je leest dan bijvoorbeeld eerst alleen even snel de functienamen in een programma.

Functies kunnen ook een oplossing zijn als je vaak ongeveer het zelfde stukje code schrijft. Mocht je nou jezelf betrappen op code kopiëren en plakken, probeer dan een manier te verzinnen hoe je de code efficiënt kan hergebruiken! Gebruik dan een loop of een functie.